Als inwoner van de provincie Groningen en initiatiefnemer die zich sinds 2020
intensief heeft ingezet voor Schelligheheert, doe ik een dringend beroep op u: laat
deze verkoop niet zonder politieke verantwoording worden afgerond.
Na zes jaar inzet voor een breed maatschappelijk initiatief resteert een summiere
afwijzing, met fundamentele vragen over een verkoopprocedure waarin kwaliteit voor
80 procent zou meetellen.
Stichting Schelligheheert heeft samen met Herenboeren en a.s.r. een bod
uitgebracht op Schelligheheert: een monumentale boerderij met circa twintig hectare
grond. Op 1 oktober ontvingen de initiatiefnemers van Prolander een korte
mededeling dat een andere bieder was geselecteerd. Uit de ontvangen toelichting
begrijp ik dat het financiële bod de doorslag heeft gegeven.
Daarmee dreigt zes jaar samenwerking, bewonersinzet en maatschappelijke
planontwikkeling terzijde te worden geschoven. Dat vraagt om meer dan een
mededeling dat een andere partij beter heeft gescoord.
Van samenwerking naar concurrentie op kapitaal
Stichting Schelligheheert is in 2020 ontstaan als breed maatschappelijk initiatief, in
de context van de landschapscompensatie voor de 380kV-verbinding van TenneT
door het cultuurlandschap en de buurtschappen rond Wetsinge en Sauwerd.
In de eerste jaren werkten de initiatiefnemers samen met de provincie en de
provinciale Landschapswerkplaats aan een landschapsplan waarin Schelligheheert
een centrale plaats kreeg. De inzet was een plek waar landbouw, natuur, landschap
en maatschappelijke betrokkenheid elkaar versterken. Die samenwerking gaf mij
vertrouwen dat de provincie dit initiatief daadwerkelijk mogelijk wilde maken.
Vanwege provinciale zorgen over staatssteun werd die aanpak gaandeweg verlaten.
Vanaf 2023 verschoof het proces naar een openbare verkoopprocedure, waarbij de
provincie zich beriep op de toepassing van het Didam-arrest.
De betrokken partijen zijn in die procedure meegegaan. Het uitgangspunt van 80
procent kwaliteit en 20 procent prijs gaf mij reden te vertrouwen op een serieuze
inhoudelijke beoordeling van de maatschappelijke meerwaarde.
Wat was die 80 procent kwaliteit werkelijk waard?
De uitkomst roept bij mij de fundamentele vraag op of kwaliteit daadwerkelijk
onderscheidend is beoordeeld, of in de praktijk vooral is teruggebracht tot het
voldoen aan een aantal randvoorwaarden.
Als verschillende bieders daarmee dezelfde kwaliteitsscore konden behalen, kon de
prijs alsnog beslissend worden. Dan zegt de aangekondigde verhouding van 80
procent kwaliteit en 20 procent prijs weinig over de werkelijke kansen van een
maatschappelijk initiatief.
Ik vraag u daarom rechtstreeks: heeft de provincie een procedure ingericht waarin
maatschappelijke meerwaarde daadwerkelijk het verschil kon maken? Of is een
maatschappelijk initiatief uiteindelijk beoordeeld in een wedstrijd waarin
kapitaalkracht de doorslag gaf?
De huidige toelichting biedt onvoldoende inzicht om die vragen te beantwoorden.
Juist na jaren van samenwerking mogen initiatiefnemers en bewoners een volledige,
controleerbare uitleg verwachten.
Een kort geding vervangt geen politieke verantwoording
Volgens de ontvangen berichtgeving resteert slechts een zeer korte termijn om een
kort geding aan te spannen. Voor een maatschappelijke stichting vormt zo’n
procedure een zware financiële en organisatorische drempel.
Het kan niet zo zijn dat fundamentele vragen over provinciaal handelen alleen aan de
orde komen als bewoners op zeer korte termijn een juridische procedure kunnen
bekostigen. Ook zonder kort geding blijft de vraag bestaan of het provinciebestuur
zorgvuldig, transparant en in overeenstemming met de eigen maatschappelijke
ambities heeft gehandeld.
Ik vraag u met spoed te handelen
Ik verzoek u vanuit uw controlerende verantwoordelijkheid:
1. Deze kwestie met spoed politiek te agenderen en Gedeputeerde Staten om
een openbare verantwoording van het verkoopproces te vragen.
2. Inzicht te verlangen in de beoordeling: de toegepaste criteria, de
puntentoekenning, de motivering en de manier waarop maatschappelijke
meerwaarde tussen de biedingen is vergeleken.
3. Te laten onderzoeken hoe de oorspronkelijke maatschappelijke en
landschappelijke doelen bij de geselecteerde bieder zijn gewaarborgd, welke
verplichtingen daarvoor gelden en hoe naleving wordt gecontroleerd.
4. De provinciale betrokkenheid vanaf 2020 te laten reconstrueren, inclusief de
verwachtingen die tijdens de samenwerking zijn gewekt en de gevolgen van
de gewijzigde aanpak voor het initiatief.
5. Bij Gedeputeerde Staten aan te dringen op het aanhouden van de verdere
verkoop, voor zover dat nog mogelijk is, totdat deze vragen inhoudelijk zijn
beantwoord.
Ik ontvang graag op de kortst mogelijke termijn een reactie waarin duidelijk wordt
welke stappen u wilt zetten en of de verkoop nog kan worden aangehouden.
Er wordt gewerkt aan een rapport over het verloop van dit proces, met aanbevelingen
om maatschappelijke initiatieven daadwerkelijk een kans te geven. Dat rapport zal
breed worden gedeeld. De urgentie van de verkoop maakt het echter noodzakelijk
dat u nu handelt.
Ik heb mij zes jaar lang met overtuiging voor dit initiatief ingezet. Voor een plek waar
bewoners zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun omgeving en waar
maatschappelijke betrokkenheid, landbouw en landschap samenkomen. De huidige
uitkomst en de beperkte verantwoording daarvan hebben mijn vertrouwen in de
provincie ernstig geschaad.
Bewonersparticipatie schept verantwoordelijkheid. Wie bewoners jarenlang laat
meewerken aan een maatschappelijke toekomst voor hun omgeving, moet kunnen
uitleggen hoe die inzet in de uiteindelijke beslissing heeft meegewogen.
Ik vraag u die uitleg te verlangen voordat deze verkoop een voldongen feit is.
Met vriendelijke groet,
Roel Assies
Inwoner van de provincie Groningen en initiatiefnemer van Schelligheheert