Open brief aan de Ministers van Dierenwelzijn en van Innovatie

Open brief aan de Ministers van Dierenwelzijn en van Innovatie

Minister Ben Weyts

Minister Philippe Muyters

Geachte Excellenties,

De laatste jaren is er in de Europese en Vlaamse publieke opinie sprake van een toenemende weerstand tegen wetenschappelijke experimenten met dieren. Deze weerstand is sterk aangewakkerd door een kleine groep van tegenstanders die uit principe geen enkel compromis in verband met dierenproeven wil aanvaarden en die de volledige stopzetting van ons werk eist. Deze groep heeft over de jaren een effectieve strategie gevolgd met als gevolg dat wetenschappers die uit noodzaak proefdieren gebruiken nu verdacht en geminoriseerd zijn en in de discussie bijna niet meer worden gehoord.

Er is in de publieke opinie echter ook een duidelijke andere stroming waar te nemen. Er is bijvoorbeeld heel veel steun voor onderzoek naar ernstige aandoeningen, zoals recent nog bleek uit de ‘ice bucket challenge’. Onderzoekers maken zoveel als mogelijk gebruik van alternatieven zoals computersimulaties, in vitro celculturen en eenvoudige diermodellen (fruitvlieg, worm, enz. ) om dergelijk onderzoek uit te voeren. Velen schijnen zich echter niet te realiseren dat sommige wetenschappelijke vragen uiteindelijk op geen enkele andere manier dan via onderzoek op dieren beantwoord kunnen worden.

Via parlementaire weg is er over de jaren een strenge wetgeving uit gebouwd die het gebruik van dieren voor wetenschappelijke experimenten sterk beperkt. De universiteiten en onderzoekers hebben deze regelgeving constructief toegepast en heel wat geld geïnvesteerd omdat ook zij ervan overtuigd zijn dat opleiding, overwegen van alternatieven, zorg en nazorg van dieren, hun huisvesting en welzijn belangrijk zijn. De toepassing van de nieuwe Europese wetgeving dreigt echter geleidelijk naar een volledige stopzetting van dierenproeven in de universiteiten te leiden. De administratieve procedures zijn uiterst omslachtig geworden en de toepassing van deze wetgeving kost de onderzoekers en de universiteiten handenvol geld. Het is ontgoochelend dat het hierbij vooral over administratieve procedures gaat en niet echt meer over de concrete verbetering van het lot van de proefdieren.

Wanneer de maatschappij enerzijds van de wetenschap verlangt dat zij oplossingen aandraagt voor ernstige medische aandoeningen, dan kan zij anderzijds niet verlangen om wetenschappelijke experimenten op dieren, een noodzakelijk middel, volledig stop te zetten. Wel kan zij verlangen dat die experimenten zorgvuldig en verantwoord worden uitgevoerd.

De nieuwe wetgeving heeft twee belangrijke gevolgen. Enerzijds zal het aantal proefdieren in de statistieken enorm stijgen, omdat nu ook dieren in kweek (die dus niet betrokken zijn in een experiment) mee moeten worden gerapporteerd. De statistieken over proefdierengebruik zullen met andere woorden omhoog schieten zonder dat er in de praktijk sprake is van een stijging van het aantal dierproeven. Het valt te voorspellen dat deze cijfers zullen gebruikt worden om de eis voor nieuwe restrictieve wetgeving te ondersteunen. Daarenboven wordt de kostprijs van dierenexperimenten als gevolg van de nieuwe wetgeving zodanig groot dat onze Vlaamse en Europese onderzoekers hun experimenteel werk wel zullen moeten afbouwen.

Spijtig genoeg is er nauwelijks plaats voor rationele argumenten in het debat. Hoeveel mogen de beschermingsmaatregelen en vooral de extra administratieve lasten kosten en wie gaat dit betalen? De nieuwe wetgeving kost ettelijke miljoenen euro extra zonder het welzijn van onze proefdieren noemenswaardig te verbeteren. Dit geld komt nu van ons kostbaar onderzoeksbudget en dus van de belastingbetaler. Uiteindelijk gaat het wetenschappelijk onderzoek erdoor achteruit.

Het is jammer dat de discussie zelden in ruimer perspectief wordt geplaatst. Mocht er op dezelfde manier gesproken worden over het gebruik van dieren in de landbouw, het houden van huisdieren, of zelfs het uitroeien van knaagdieren, er zou een storm van protest ontstaan.  Wetenschappers, die door de ontwikkeling van nieuwe kennis een positieve maatschappelijke bijdrage leveren, worden onderworpen aan de strengst mogelijke controle. Wij zijn een kleine groep, en het is daarom gemakkelijk om ons heel restrictieve regels op te leggen. Kan de extra administratieve last als gevolg van deze regelgeving echter de toets van de redelijkheid doorstaan?

Europa en Vlaanderen dreigen zich inderdaad buiten spel te plaatsen in de wereldwijde competitie voor biomedische kennis en medische doorbraken. Experimenten op dieren zullen gewoon verplaatst worden naar niet-Europese landen. Europa en Vlaanderen zullen geen invloed meer hebben op de onderzoekers in die andere landen en hoe experimenten daar gebeuren. De Europese publieke opinie en parlement zullen inderdaad hun handen in onschuld wassen, maar zullen zij omwille van deze principes ook de kennis en eventueel de geneesmiddelen die in het buitenland werden ontwikkeld met behulp van dierenexperimenten weigeren te gebruiken?

Met deze brief willen we krachtig protesteren tegen het beeld van onverantwoordelijke wetenschappers dat van ons opgehangen wordt in de media. Bovendien richten wij ons hierbij tot U als verantwoordelijke ministers om U te vragen het effect van dit beleid op lange termijn en de gevolgen voor het wetenschappelijk onderzoek in te schatten. We rekenen er op dat u dit mee in rekening zal nemen wanneer u de nieuwe regelgeving opgelegd door Europa, in Vlaanderen praktisch implementeert.

Een evenwichtige informatie van het publiek, een gebalanceerd publiek debat, en leiderschap van onze politieke vertegenwoordigers is nodig om de problematiek van het proefdiergebruik tot een redelijke dimensie terug te brengen. Wij zijn bereid tot een constructief gesprek.

Met de meeste hoogachting

Handtekeningen van professors, collega onderzoekers, postdoctorale en doctorale medewerkers, technische staf en sympathisanten