Geen gezinswoningen ipv de wei (diertjes) in de Aalststraat -.Brusselstraat
Neem contact op met de schrijver van de petitie
Vergunning goedgekeurd mits aanpassingen
2026-01-14 05:05:01Beste allen,
Ik weet niet of jullie het besluit reeds hebben doorgenomen via de website. De relevante antwoorden op ons bezwaar beginnen vanaf pagina 14. Samengevat worden onze opmerkingen volgens hen niet weerhouden, onder meer op basis van studies of omdat bepaalde elementen onder “geen stedenbouwkundig criterium” zouden vallen.
Ik vrees dat er een veel bredere en actievere mobilisatie van de bewoners nodig zou zijn — en zelfs dan blijft het onzeker. Dit doet mij denken aan de jarenlange procedures op de Oosteroever, die uiteindelijk ook nauwelijks resultaat hebben opgeleverd.
Wat denken jullie? Zijn er nog stappen die jullie zouden willen ondernemen?
Hieronder en copy/paste van hun antwoorden:
Gedurende de periode van het openbaar onderzoek werden 10 bezwaren ingediend.
AARD VAN HET BEZWAAR
• Onduidelijkheid over fasering en gebrek aan zicht op de volledige ontwikkeling
Bezwaar tegen het opsplitsen van het inbreidingsgebied in fases en het ontbreken van een totaalbeeld
op de volledige ontwikkeling (incl. de dierenweide), waardoor de effecten op ontsluiting en mobiliteit
volgens de indieners niet correct beoordeeld kunnen worden. Er wordt gevreesd dat een eerste fase een
precedent vormt voor verdere appartementsbouw in de rest van het gebied.
• Verkeersveiligheid, verkeersdruk en twijfels over de mobiliteitsstudie
Vrees voor bijkomende verkeersdruk in de Golfstraat/Brusselstraat/Aalststraat en omliggende straten,
met impact op veiligheid van voetgangers en fietsers. Specifiek wordt gewezen op mogelijke
onduidelijkheid in de tellingen (Duinenstraat/Golfstraat) indien het beweegbaar obstakel in de
Duinenstraat al dan niet actief was, wat een vertekend beeld kan geven. Ook wordt gewezen op
piekdrukte door markt- en schoolmomenten.
• Toenemende parkeerdruk en ontoereikende parkeercapaciteit
Bezorgdheid dat de ondergrondse parkeergarage onvoldoende is, dat niet alle bewoners die effectief
zullen gebruiken, en dat bijkomende parkeerbehoefte ontstaat voor bezoekers, tweede verblijvers en
toeristen. De buurt wordt omschreven als reeds structureel parkeerbelast.
• Verlies van open zicht, zonlicht en daglicht
Meerdere bezwaren verwijzen naar verlies van uitzicht, lichtinval en bezonning in woningen en op
balkons/terrassen, vooral in winterperiode, met impact op wooncomfort. Dit wordt ook gekoppeld aan
vrees voor hoger energieverbruik (meer kunstlicht/verwarming) en een minder aangename
leefomgeving.
• Invloed op zonnepanelen en rendement
Er wordt aangehaald dat verminderde lichtinval ook het rendement van bestaande zonnepanelen kan
verminderen.
• Aantasting van privacy door inkijk
Vrees voor inkijk vanuit nieuwe woningen/appartementen en terrassen naar bestaande woningen en
tuinen, met nadruk op frontale zichten en de beperkte afstand in het straatprofiel.
• Aantasting van het groene karakter en verlies van open ruimte (dierenweide/natuurplek)
Het verdwijnen van een open/groen terrein wordt ervaren als verlies van ademruimte en rust in de
buurt. Er wordt gewezen op ontgroening, toename verharding en een minder klimaatbestendig terrein.
• Klimaatadaptatie: waterinfiltratie, verharding en groenzones boven kelder
Bezorgdheid dat bijkomende verharding leidt tot minder infiltratie, grotere kans op wateroverlast bij
hevige regen en meer hittestress. Een deel van het groen zou zich boven de ondergrondse parkeergarage
bevinden en daardoor volgens indieners geen volwaardige bodemfunctie of boomgroei toelaten. Er wordt
ook verwezen naar ervaren waterproblematiek op het terrein (plasvorming tot aan afsluitingen).
• Gebrek aan groene buffering, in het bijzonder aan zijde Aalststraat
Er wordt aangehaald dat bepaalde zijdes (o.a. Aalststraat) onvoldoende groen of buffer krijgen,
waardoor visuele/akoestische verzachting ontbreekt.
• Schaal, densiteit en bouwhoogte: ruimtelijke draagkracht en omgevingsbeeld
De omvang van het project (o.a. aantal eenheden) wordt als te dens en te volumineus ervaren voor de
buurt. Er wordt gesteld dat hogere bouwlagen/een massief bouwblok niet passen binnen het karakter
van de omgeving en dat dit het woon- en leefklimaat onder druk zet.
• Bezorgdheid over het programma: appartementisering, toeristische druk en maatschappelijk
karakter
Er wordt herhaaldelijk gesteld dat de buurt steeds meer evolueert naar appartementen en (tweede
verblijven/toerisme), met risico op verdringing van lokale bewoners en afname van het permanent
woonkarakter. De appartementen worden door sommigen als te klein/te weinig gezinsgericht
omschreven, en er wordt een voorkeur uitgesproken voor eengezinswoningen i.p.v. bijkomende
meergezinswoningen.
• Geen (aantoonbare) noodzaak aan bijkomende woningen/appartementen
Sommige indieners stellen dat er geen tekort is aan woningen of appartementen in de omgeving en dat
er aanbod te koop staat dat moeilijk verkocht raakt; het project zou volgens hen niet ingegeven zijn
door maatschappelijke nood.
• Onveiligheid en mogelijke overlast in/door de groenzone
Bezorgdheid dat (semi-)afgeschermde groenruimte achteraan aanleiding kan geven tot samenscholing,
alcohol- of druggebruik, of andere overlast, met vraag om de groenzone zichtbaarder/openbaarder te
organiseren.
• Risico op schade door graafwerken/ondergrondse parking en trillingen
Bezorgdheid over stabiliteit en mogelijke schade aan aangrenzende gebouwen door uitgravingen en
bouwwerken, inclusief vrees voor verzakkingen of trillingshinder.
• Gezondheid en prikkelgevoeligheid (persoonlijk welzijn)
In één bezwaar wordt expliciet aangegeven dat rust en prikkelarme omgeving essentieel is omwille van
een medische situatie, waardoor men extra gevoelig is voor lawaai, hinder, inkijk en verlies aan rust.
• Economische gevolgen: waardevermindering en hogere kosten
Er wordt verwezen naar mogelijke waardevermindering van eigendommen en hogere energiekosten door
verlies aan licht en zonnewarmte.
• Vragen over transparantie/communicatie en participatie
Er wordt aangehaald dat het project volgens sommigen al langer gekend was bij de gemeente maar
onvoldoende werd gedeeld met burgers, en er wordt gevraagd om overleg en dialoog.
BEOORDELING BEZWAAR
• Onduidelijkheid over fasering en gebrek aan zicht op de volledige ontwikkeling
Een aanvraag moet beoordeeld worden op basis van de handelingen die vandaag voorliggen. De
vergunningsprocedure biedt een kader om een concreet project te toetsen aan de geldende
stedenbouwkundige voorschriften en aan de ruimtelijke draagkracht van de omgeving. Het opsplitsen
van een bredere ontwikkeling in afzonderlijke aanvragen is op zich niet uitzonderlijk en verhindert niet
dat elk deelproject op zichzelf volledig wordt onderzocht. De huidige aanvraag introduceert bovendien
geen typologie die vreemd is aan het bestaande weefsel. De voorgestelde bebouwing sluit aan bij wat in
de directe omgeving reeds voorkomt, waardoor niet kan gesteld worden dat de aanvraag een nieuw
precedent schept dat automatisch zou doorwerken naar andere delen van het inbreidingsgebied.
Indien in de toekomst bijkomende ontwikkelingen zouden worden aangevraagd, moeten deze opnieuw
afzonderlijk beoordeeld worden op hun eigen merites, rekening houdend met de reeds vergunde
toestand, de concrete invulling van de omgeving op dat moment en de lokale draagkracht. De huidige
aanvraag legt daarbij geen rechten vast voor gronden die niet in het dossier zijn opgenomen en kan geen
toekomstige ontwikkelingskeuzes vooraf bepalen.
• Verkeersveiligheid, verkeersdruk en twijfels over de mobiliteitsstudie
Het dossier bevat een mobiliteitsstudie waaruit blijkt dat de verkeersplanologische context voldoende
draagkracht heeft om de bijkomende mobiliteit op te vangen. De studie onderzoekt de
verkeersafwikkeling in relatie tot de omliggende stratenstructuur en de bestaande verkeerssituatie.
Bovendien gaat het om een verstedelijkt gebied met een mix aan functies en voorzieningen, waardoor
verplaatsingen niet uitsluitend op autoverkeer steunen. De nabijheid van openbaar vervoer,
fietsnetwerken en lokale voorzieningen zorgt ervoor dat een deel van de verplaatsingen logisch kan
gebeuren via duurzame modi. De mobiliteitsimpact wordt hierdoor niet uitsluitend beoordeeld vanuit de
optiek van extra autobewegingen, maar in relatie tot het totale vervoerssysteem waarbinnen het project
gelegen is.
• Toenemende parkeerdruk en ontoereikende parkeercapaciteit
In het dossier wordt aangetoond dat het project voorziet in voldoende parkeergelegenheid conform de
van toepassing zijnde parkeervork. De parkeerbehoefte wordt in hoofdzaak intern opgevangen via de
ondergrondse parkeervoorziening, waardoor bijkomende druk op het openbaar domein wordt beperkt.
Daarnaast voorziet het project in voldoende fietsenstallingen, wat het gebruik van duurzame
vervoersmodi ondersteunt en past binnen een kernstedelijke context.
Om te vermijden dat parkeerplaatsen in de praktijk oneigenlijk zouden worden gebruikt als private
berging of opslagruimte, wordt het aangewezen geacht dat alle autostaanplaatsen effectief functioneel
beschikbaar blijven voor het stallen van voertuigen. In die zin wordt bij de beoordeling uitgegaan van
een inrichting waarbij de parkeerplaatsen als open autostaanplaatsen worden uitgevoerd. Afsluitingen in
de vorm van wanden of garagepoorten zijn daarbij niet aangewezen, aangezien deze het risico verhogen
dat parkeerplaatsen aan hun mobiliteitsfunctie worden onttrokken. Door de autostaanplaatsen open uit
te voeren, blijft het gebruik ervan eenduidig en controleerbaar, wat bijdraagt tot een correcte
parkeerafwikkeling binnen het project en de omgeving.
o Alle parkeerplaatsen in de ondergrondse parkeergarage dienen uitgevoerd te worden als
open staanplaatsen en mogen niet afgesloten worden met wanden of garagepoorten.
• Verlies van open zicht, zonlicht en daglicht
Binnen een stedelijke omgeving is het eigen aan verdichting dat open zicht en lichtinval kunnen
wijzigen. De beoordeling vertrekt daarbij niet van het behoud van bestaande zichten als absoluut recht,
maar van de vraag of de nieuwe bebouwing binnen het geldende planologische kader en binnen de
draagkracht van het bouwblok aanvaardbaar is. Het RUP voorziet op deze locatie reeds de mogelijkheid
tot bebouwing met een bepaald volume en een bijhorende densiteit.
Het ontwerp beperkt waar mogelijk de impact door de inplanting en door ruimtelijke ingrepen die de
volumewerking temperen. De afstandname ten opzichte van de straat en de wijze waarop volumes
worden gearticuleerd, draagt ertoe bij dat schaduweffecten niet onnodig worden versterkt. Het
aangehaalde verlies aan licht wordt hiermee niet volledig uitgesloten, maar wordt binnen de normale
bandbreedte gehouden die eigen is aan stedelijke verdichting.
• Invloed op zonnepanelen en rendement
De vrees voor rendementsverlies van zonnepanelen is in hoofdzaak gekoppeld aan mogelijke
schaduwwerking op daken in de omgeving. Op basis van de situering en de te verwachten schaduwval is
er geen aanwijzing dat het project structureel en gedurende relevante productie-uren schaduw zou
werpen op de daken van omliggende woningen. Indien er al schaduw zou optreden, is dat eerder beperkt
tot randmomenten (zeer vroeg of zeer laat), wanneer het rendement van zonnepanelen sowieso lager is.
Dit wijst erop dat een eventuele impact op de jaaropbrengst beperkt en niet substantieel is.
• Aantasting van privacy door inkijk
In een residentiële stedelijke context is een zekere mate van wederzijdse inkijk inherent aan de
bebouwingsdichtheid en de nabijheid van woningen. Dit betekent niet dat elke inkijk aanvaardbaar is,
maar wel dat privacy in dergelijke gebieden beoordeeld wordt binnen de normale verwachtingen van
een stedelijke woonomgeving. In dit project wordt bovendien rekening gehouden met de geldende regels
inzake lichten en zichten. Er wordt geen situatie gecreëerd die strijdig is met de basisprincipes van
privacybescherming zoals die in de gebruikelijke regelgeving en rechtspraak worden gehanteerd.
• Aantasting van het groene karakter en verlies van open ruimte (dierenweide/natuurplek)
De bezwaren leggen de nadruk op het verlies van een open terrein dat vandaag als weide wordt ervaren.
Planologisch gezien is het perceel echter reeds lange tijd bestemd voor wonen: het gewestplan duidde
het in 1974 aan als woongebied en deze bestemming werd later bevestigd in het RUP. De huidige open
toestand is dus geen garantie op blijvend onbebouwd gebruik.
Tegelijk voorziet het ontwerp in groenaanleg rond en binnen het project, waardoor het groene aandeel
niet verdwijnt maar heringericht wordt. De toekomstige groenstructuur krijgt een andere vorm dan een
open weide, maar blijft een betekenisvolle component van het terrein en kan bijdragen aan de
ruimtelijke kwaliteit van het geheel.
• Klimaatadaptatie: waterinfiltratie, verharding en groenzones boven kelder
Het project wordt getoetst aan de hemelwaterverordening en voorziet de nodige maatregelen inzake
opvang, hergebruik en infiltratie. Naast de technische hemelwateroplossingen wordt ook ingezet op
groenvoorzieningen en beplanting, wat bijdraagt aan klimaatadaptatie door schaduw, buffering en
vergroening.
De aanwezigheid van een ondergrondse constructie beïnvloedt uiteraard de bodemopbouw op bepaalde
plaatsen, maar dit betekent niet dat de groenaanleg per definitie zonder waarde is. De plannen voorzien
in een inrichting die, binnen de mogelijkheden van het project, de waterhuishouding en de
landschappelijke kwaliteit ondersteunt.
• Gebrek aan groene buffering, in het bijzonder aan zijde Aalststraat
Langs de Aalststraat sluit de bebouwing aan op de bestaande rooilijn om een coherente straatwand te
behouden en om harmonisch aan te sluiten bij het aanwezige profiel. De overgang in rooilijn en
buffering wordt verderop in het bouwblok opgevangen, waar meer ruimte aanwezig is voor een
geleidelijke verschuiving. Hierdoor ontstaat geen bruusk ruimtelijk conflict, maar een leesbare opbouw
van het straatbeeld binnen het bestaande bouwblok.
• Schaal, densiteit en bouwhoogte: ruimtelijke draagkracht en omgevingsbeeld
De schaal van het project is niet willekeurig, maar wordt mee bepaald door het onderliggende RUP. De
aanvraag motiveert dat de gekozen densiteit op deze locatie aanvaardbaar is, mede gelet op de
stedelijke context, de nabijheid van voorzieningen en de ruimtelijke draagkracht van de omgeving. De
volumetrie en bouwhoogte worden bovendien afgestemd op het bestaande weefsel, waardoor het
project geen uitzonderlijke uitschieter vormt ten opzichte van de ruimere context. De ruimtelijke
draagkracht wordt hiermee bewaakt binnen de parameters die planologisch vooropgesteld zijn.
• Bezorgdheid over het programma: appartementisering, toeristische druk en maatschappelijk
karakter
De woonentiteiten worden vergund onder de woonfunctie. Het gebruik als vakantiewoning of
logiesuitbating is niet automatisch inbegrepen en zou, indien het een functiewijziging inhoudt, een
afzonderlijk vergunningskader veronderstellen. Dat entiteiten eventueel als tweede verblijf worden
gebruikt, is binnen de kustcontext niet ongebruikelijk en sluit aan bij het bestaande weefsel.
De vrees dat dit automatisch leidt tot overlast is niet onderbouwd met concrete elementen uit het
ontwerp. De aanvraag voorziet geen functies die een verhoogde publieksdruk of horeca-achtige
dynamiek genereren. Binnen de Bredense context is een mix van permanente bewoning en tweede
verblijven een realiteit, zonder dat dit op zichzelf leidt tot een onaanvaardbare ruimtelijke impact.
• Geen (aantoonbare) noodzaak aan bijkomende woningen/appartementen
Het al dan niet bestaan van marktvraag of verkoopbaarheid is geen stedenbouwkundig criterium binnen
de beoordeling van een omgevingsvergunning. De beoordeling focust op de ruimtelijke inpasbaarheid en
op de draagkracht van de omgeving. Binnen een kernomgeving met voorzieningen en openbaar
vervoersaanbod is verdichting bovendien een gebruikelijke beleidsmatige insteek. Het bezwaar raakt
daarom niet aan de stedenbouwkundige merites van het ontwerp.
• Onveiligheid en mogelijke overlast in/door de groenzone
Het bezwaar gaat uit van mogelijk oneigenlijk gebruik van de groenzone. De omgevingsvergunning
beoordeelt de inrichting en het beoogde normale gebruik. Mogelijke overlastsituaties zijn in hoofdzaak
een kwestie van beheer en handhaving en kunnen niet vooraf verondersteld worden als inherent gevolg
van de aanleg van groen. Er wordt bijgevolg uitgegaan van normaal gebruik van de groenzone, zoals dat
ook geldt voor vergelijkbare publieke of collectieve ruimten.
• Risico op schade door graafwerken/ondergrondse parking en trillingen
Het dossier bevat een bemalingsstudie die aangeeft dat de voorziene werken geen onrealistische risico’s
inhouden wanneer ze correct worden uitgevoerd. Zoals gebruikelijk bij dergelijke werken blijft het
aangewezen om voorafgaand en na afloop een plaatsbeschrijving op te maken, zodat de toestand van
aanpalende panden objectief kan worden vastgesteld. Dergelijke aspecten zijn in hoofdzaak uitvoerings-
en aansprakelijkheidsgebonden en staan los van de stedenbouwkundige beoordeling van de aanvraag
zelf.
• Gezondheid en prikkelgevoeligheid (persoonlijk welzijn)
Individuele gezondheids- of gevoeligheidssituaties verdienen begrip, maar kunnen de planologische
context niet wijzigen. Het project is gelegen in een verstedelijkt gebied waar wonen, verkeer en
dagelijkse dynamiek eigen zijn aan de omgeving. De uitvoering van werken veroorzaakt tijdelijk hinder,
maar dit is tijdelijk en wordt beheerst door de geldende regelgeving. De ruimtelijke impact van het
project zelf past binnen de stedelijke context en leidt niet tot een uitzonderlijke belasting die buiten
proportie zou zijn ten opzichte van wat op deze locatie redelijkerwijs verwacht kan worden.
• Economische gevolgen: waardevermindering en hogere kosten
De vrees voor waardevermindering en hogere energiekosten is in wezen een economisch argument en
geen stedenbouwkundig toetsingscriterium. Bovendien wordt het project ruimtelijk zo ingeplant dat het
geen buitenproportionele schaduwwerking creëert ten opzichte van de omgeving en dat het aansluit bij
de schaal die planologisch mogelijk is. Er is geen aanwijzing dat de ontwikkelingsmogelijkheden van
naastgelegen percelen worden beknot of dat het gebruiksgenot op een uitzonderlijke manier zou worden
verminderd. Een mogelijke marktwaardeschommeling kan niet als directe ruimtelijke impact worden
beschouwd.
• Vragen over transparantie/communicatie en participatie
Voor dit type aanvraag geldt het wettelijke kader van openbaar onderzoek, waarbij bewoners de kans
krijgen om standpunten en bezwaren in te dienen. Er is geen algemene verplichting tot voorafgaande
burgerparticipatie buiten dit kader. Dat de gemeente op de hoogte kan zijn van een project in
voorbereiding, is op zich normaal binnen haar werking en impliceert geen onregelmatigheid. De
procedurele waarborg ligt in de correcte organisatie van het openbaar onderzoek en de formele
behandeling van de ingediende bezwaren.
Valérie Boni
Overleg met de gemeente ivm bouwproject Aalststraat/Brusselstraat
2025-10-28 05:13:28Beste,
Allereerst hartelijk dank voor uw steun bij de petitie!
Het bezwaar tegen de geplande constructie aan de Aalststraat/Brusselstraat werd vandaag ingediend via het Omgevingsloket, per e-mail en straks ook nog per aangetekend schrijven. Hierbij werden in totaal 90 handtekeningen van bewoners toegevoegd die de petitie hebben ondertekend.
Daarnaast hebben we de gemeente voorgesteld om samen te komen om dit project te bespreken en eventueel samen te bekijken welke aanpassingen nodig zijn.
Indien wij worden uitgenodigd voor een overleg, hoor ik graag van u wie van jullie graag mee wilt komen om het woord te voeren. U kunt uw interesse en contactgegevens doorgeven per e-mail val2609(at)hotmail.com
Alvast bedankt voor uw medewerking.
Met vriendelijke groet,
Valérie
Valérie Boni